Zestien maanden is ze, onze dochter. Ons eerste kind.

Terwijl ik de boodschappen uitpak, hoor ik haar brabbelen. Ik kijk om het hoekje van de woonkamer en zie dat ze in de weer is met haar houten loopfietsje. Ze probeert er op te gaan staan door zich aan de bank vast te houden. Voor ik de tijd neem om te kijken, grijp ik al in. ‘Nee, dat is gevaarlijk,’ zeg ik. ‘Straks val je.’ Ik pak de fiets en zet hem in het midden van de kamer. Zo kan ze er zelf op gaan zitten en trekt ze zich nergens aan op om er op te kunnen gaan staan, is mijn idee erbij.

Ik ga verder met de boodschappen en heb haar half in mijn vizier. Ik zie dat ze, terwijl ik mij even omgedraaid heb, de loopfiets naar de muur heeft geduwd en daar opnieuw probeert om er op te gaan staan. Weer zeg ik meteen nee, maar ik loop niet naar haar toe. Iets in haar blik houdt me tegen. Ik zucht en denk: dan moet je het zelf maar ontdekken. Daar heb je ook recht op. Ik kijk naar haar terwijl ze haar handjes tegen de muur zet, een voetje op het zadeltje en haar andere voetje erbij. Ze staat op haar fiets en kijkt euforisch. ‘Hallo!’ zegt ze en twee seconden daarna rolt het fietsje naar achteren, raakt ze uit balans en maakt ze een smak op de harde grond.

Ik loop naar haar toe, til haar op en houd haar dicht tegen me aan. Ze huilt hard en ik fluister lieve woordjes in haar oor. Ik voel geen behoefte om ‘zie je nu wel’ of ‘ik zei het toch’ tegen haar te zeggen. Ik troost haar, pak haar knuffeltje en speentje en samen gaan we even rustig zitten. Na een paar minuten stopt ze met huilen. Ze kijkt wat pips. Nog wat langer blijft ze tegen me aan hangen en dan voel ik heel licht haar lichaampje van me af duwen. Het moment om haar van mijn schoot te pakken en op de grond te zetten. Ze kijkt me aan en loopt weg. In de woonkamer ziet ze haar loopfietsje op de grond liggen, nog op de zijkant zoals het is achtergebleven na de val. Ze gaat er naartoe en hurkt erbij neer. En dan kijkt ze naar de wielen en raakt ze aan. Ze draaien rond. Ze laat de wielen draaien, houdt dit ten minste vier minuten vol. Daarna staat ze op om iets anders te gaan doen.

Betrokkenheid is niet altijd een garantie voor een hoog welbevinden
Soms schrijnt het en schuurt

Betrokkenheid wordt niet altijd direct herkend of toegestaan
Soms vraagt het doorzetten zolang het duurt

Betrokkenheid krijgt niet altijd voorrang op de overtuigingen van de volwassene
Soms hebben zij meer te leren dan jij

Betrokkenheid is niet altijd voor iedereen zichtbaar
Soms is het alleen en enkel van mij

Betrokkenheid verdient ruimte. Betrokkenheid maakt ruimte.

Ondanks program, opvatting of beeld.
Niet soms. Altijd. Omdat het nooit verveeld.

Ellen Emonds

24 februari 2016